Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
17 mei 2022.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake meervoudige diefstal en eenvoudige belediging van een ambtenaar. De verdachte werd veroordeeld en kreeg onder meer een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor zover de vervangende hechtenis werd toegepast, met de toelichting dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden ingezet conform artikel 6:4:20 Sv Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten onvoldoende waren voor vernietiging en dat het hofarrest in die onderdelen stand kon houden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest dus gedeeltelijk en bepaalde dat bij de schadevergoedingsmaatregel gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. Dit arrest bevestigt de rechtsregel omtrent de omzetting van vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.