Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel
5.Beslissing
31 mei 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. De betrokkene stelde dat het hof onduidelijkheid had gecreëerd over de compensatie wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg.
Het hof had erkend dat de redelijke termijn was overschreden en verklaard het ontnemingsbedrag met 10% te zullen verminderen, wat neerkomt op €53.817,58. In het dictum van het arrest werd echter slechts een vermindering van €5.000 toegepast, wat tot een innerlijke tegenstrijdigheid leidde.
De Hoge Raad oordeelde dat deze tegenstrijdigheid de uitspraak onbegrijpelijk maakt en dat het hof geen duidelijkheid gaf over de beoogde compensatie. Daarom kon de uitspraak over de betalingsverplichting niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigde dit deel van het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de betalingsverplichting betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.