ECLI:NL:HR:2022:716

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2022
Publicatiedatum
18 mei 2022
Zaaknummer
21/01303
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.3 WVW 1994Art. 9.2 WVW 1994Art. 408 lid 2 SvArt. 588a.1.c oud SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens te late indiening

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep omdat het hoger beroep niet tijdig was ingesteld, conform artikel 408 lid 2 Sv Pro. De verdachte werd verdacht van rijden onder invloed en rijden terwijl het rijbewijs ongeldig was verklaard.

Namens verdachte heeft advocaat R.A.J. Verploegh een cassatiemiddel ingediend, waarop de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de vragen in te gaan die relevant zijn voor de rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt het belang van het tijdig instellen van hoger beroep en de correcte verzending van de dagvaarding aan het juiste adres, zoals vereist in artikel 81 lid 1 RO Pro. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en verklaart het arrest van het hof ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01303
Datum24 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 januari 2020, nummer 22-000113-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 mei 2022.