ECLI:NL:HR:2022:750
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake belastingaanslag 2016
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikking over belastingrente en boetebeschikking. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 31 augustus 2021 uitspraak gedaan in deze zaak.
Belanghebbende heeft vervolgens beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit cassatieberoep beoordeeld en de procureur-generaal gevraagd advies uit te brengen.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft daarom zonder verdere inhoudelijke motivering het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
De uitspraak is op 20 mei 2022 in het openbaar gewezen door raadsheer Wortel als voorzitter, met de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke motivering.