ECLI:NL:HR:2022:754

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2022
Publicatiedatum
20 mei 2022
Zaaknummer
20/03656
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 302.1 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak zware mishandeling met strafmotivering en schadevergoeding

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor zware mishandeling, waarop het hof Amsterdam een gevangenisstraf van 8 maanden oplegde, een hogere straf dan in eerste aanleg was opgelegd en gevorderd. Daarnaast kende het hof een immateriële schadevergoeding toe aan de benadeelde partij. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van verdachte onvoldoende zijn om het arrest van het hof te vernietigen. De motivering van het hof met betrekking tot de strafoplegging en de toewijzing van de schadevergoeding werd als toereikend beoordeeld. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om nadere motivering te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit.

De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 24 mei 2022. Hiermee blijft de straf van 8 maanden gevangenisstraf en de toegewezen immateriële schadevergoeding in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, waardoor de gevangenisstraf van 8 maanden en de immateriële schadevergoeding in stand blijven.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03656
Datum24 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2020, nummer 23-004569-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 mei 2022.