Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 mei 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft het voorhanden hebben van een hagelgeweer en een kogelgeweer in een schuur bij de woning van de verdachte. Het hof had geoordeeld dat het niet anders kon zijn dan dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de wapens, mede gelet op de algemene ervaringsregel dat de gebruiker van een pand geacht wordt te weten wat zich daarin bevindt. Het hof nam daarbij mee dat meerdere personen toegang hadden tot de schuur, maar dat het niet aannemelijk was dat een ander buiten medeweten van verdachte de wapens had achtergelaten, gezien de combinatie met andere dubieuze goederen.
De verdediging voerde aan dat verdachte een week op vakantie was geweest voorafgaand aan de vondst en dat de schuur door meerdere personen werd gebruikt, waaronder familie en werkploeg, en dat het perceel groot was. De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere rechtspraak over de vereisten voor bewustheid bij het voorhanden hebben van wapens. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk is, vooral omdat het hof voor bewijs de verklaring van verdachte gebruikte dat hij op vakantie was en daarmee onvoldoende rekening hield met de mogelijkheid dat een ander de wapens had geplaatst.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende gemotiveerd oordeel over bewustheid wapens.