ECLI:NL:HR:2022:818

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2022
Publicatiedatum
1 juni 2022
Zaaknummer
21/00203
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep over uitleg recht tot terugkoop strook grond en toepasselijkheid 'metterwoon verlaten'

In deze zaak heeft eiseres cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake de uitleg van een recht tot terugkoop van een strook grond. Een centraal geschilpunt was of het begrip 'metterwoon verlaten' ook het overlijden van de gerechtigde omvat.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en eiseres veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en biedt geen aanleiding tot nadere motivering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/00203
Datum3 juni 2022
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats], Egypte,
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J. den Hoed,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: S.M. Kingma.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/15/263958 / HA ZA 17-653 van de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2017 en 13 februari 2019;
het arrest in de zaak 200.259.173/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 oktober 2020.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door T. Deenik en voor [verweerder] mede door J.B.B. Heinen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
3 juni 2022.