ECLI:NL:HR:2022:831
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak over aanslagen 2011 en 2012
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland werd behandeld, cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De zaak betreft de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2011 en 2012, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen over heffingsrente en belastingrente.
De Hoge Raad heeft de door belanghebbende voorgestelde middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproept, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 3 juni 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.