ECLI:NL:HR:2022:834
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingnavorderingsaanslag 2012
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld met betrekking tot een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012, alsmede de daarbij opgelegde boetebeschikkingen en belastingrente. De zaak betreft tevens de aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest is op 3 juni 2022 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Boerlage en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof wordt bevestigd.