ECLI:NL:HR:2022:864

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2022
Publicatiedatum
12 juni 2022
Zaaknummer
20/02561
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56.2 SrArt. 57 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 225.1 SrArt. 225.2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen arrest valsheid in geschrift en voortgezette handeling

In deze strafzaak is het cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 augustus 2020. De verdachte werd veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik daarvan, meermalen gepleegd, alsmede voor een voortgezette handeling zoals bedoeld in art. 56.2 Sr.

De verdediging klaagde dat het hof ten onrechte artikel 57 Sr Pro had toegepast in plaats van artikel 56.2 Sr. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kan leiden.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02561
Datum14 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 augustus 2020, nummer 23-002646-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 juni 2022.