ECLI:NL:HR:2022:882
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze brief is het griffierecht niet voldaan.
De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. De door belanghebbende ingediende verklaring bood geen grond om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom is het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.