Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
21 juni 2022.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte was veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor oplichting en hennepteelt.
De verdediging klaagde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de straf afweek van de door haar ingenomen standpunten. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat het hof de stukken te laat had ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de straf tot veertien maanden en een week gevangenisstraf.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 21 juni 2022.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 15 maanden naar 14 maanden en 1 week wegens overschrijding van de redelijke termijn.