Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
21 juni 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van €3.390.652,25 uit hennepteelt in de periode van 2005 tot 2013. De betrokkene stelde meerdere klachten in, waaronder over de motivering van de berekening van het voordeel.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten en concludeerde dat deze niet tot vernietiging van het hof-arrest konden leiden. Daarnaast werd erkend dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in cassatiefase was overschreden vanwege late indiening van stukken door het hof. Deze termijnoverschrijding werd gegrond verklaard, maar zonder dat dit gevolgen had voor het arrest in deze ontnemingszaak.
De Hoge Raad verwees naar een samenhangende strafzaak waarin de termijnoverschrijding eveneens speelt en waar compensatie kan worden beoordeeld. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef het vonnis van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering tot €3.390.652,25 blijft gehandhaafd.