ECLI:NL:HR:2022:92
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting, een boetebeschikking en een beschikking inzake heffingsrente over de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010. Tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland die deze aanslagen bevestigde, ging belanghebbende in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof bevestigde de eerdere uitspraak.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opleverde, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand, en worden de naheffingsaanslag, boete en heffingsrente bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.