Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
21 juni 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor witwassen van een vrachtwagen met koeloplegger, gepleegd door een rechtspersoon waarbij hij feitelijk leiding gaf. Het hof had vastgesteld dat het witwassen meermalen had plaatsgevonden, waarbij sprake was van meerdaadse samenloop zoals bedoeld in art. 57 Sr Pro.
De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht in tegen het oordeel dat hij opzettelijk leiding gaf aan het witwassen. Tevens betwistte hij dat het hof terecht had geoordeeld dat het witwassen meermalen was gepleegd.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven.
Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof onverkort in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 21 juni 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor witwassen met feitelijk leidinggeven en meerdaadse samenloop.