ECLI:NL:HR:2022:921

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
22 juni 2022
Zaaknummer
21/01948
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 lid 1 sub 2 SrArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak openlijk geweld met zwaar lichamelijk letsel

In deze zaak stond de verdachte terecht voor openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen, waarbij zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht. De verdachte stelde in cassatie dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel.

Het gerechtshof Amsterdam had op 22 april 2021 het beroep tegen de verdachte behandeld en een arrest gewezen. De verdachte stelde zich in cassatie op het standpunt dat het bewijs onvoldoende was om het zwaar lichamelijk letsel vast te stellen.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof gehandhaafd. Dit arrest is op 21 juni 2022 gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor openlijk geweld met zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01948 J
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2021, nummer 23-003018-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.L.D. Thomas, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.