ECLI:NL:HR:2022:954
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake precariobelasting gemeente Rotterdam
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam over de opgelegde voorlopige aanslag voor 2017 en de aanslag voor 2018 inzake precariobelasting. Na een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam en het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken op 24 juni 2022 door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.