ECLI:NL:HR:2022:978
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2012
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en de daarbij behorende belastingrente over het jaar 2012. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2022. Hiermee is het cassatieberoep ongegrond verklaard en blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.