ECLI:NL:HR:2022:99
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een belastingzaak. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De Hoge Raad heeft belanghebbende op 22 juli 2021 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, met een termijn die eindigde op 2 september 2021. Ondanks deze waarschuwing heeft belanghebbende geen herstel verricht.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 28 januari 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het naleven van procedurele vereisten bij het instellen van cassatieberoep, met name het tijdig en volledig indienen van de gronden van het beroep.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanvoeren van de gronden binnen de gestelde termijn.