Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2020, waarin hij werd veroordeeld voor mishandeling van een vrouw in haar woning en het beledigen van een politieagent door in diens gezicht te spugen.
Het cassatieberoep werd ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door zijn advocaat. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.