Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1022

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
3 juli 2023
Zaaknummer
22/00640
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen teruggavebeslissing auto na strafvonnis

De klager, die stelt eigenaar te zijn van een inbeslaggenomen personenauto, heeft een klaagschrift ingediend tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die zijn verzoek tot teruggave van de auto ongegrond verklaarde.

Tegelijkertijd is in de strafzaak tegen een andere betrokkene door dezelfde rechtbank een uitspraak gedaan waarbij de teruggave van de auto aan die betrokkene is gelast. Hierdoor is de beslissing over het beslag feitelijk al genomen door de strafrechter.

De Hoge Raad oordeelt dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn beroep tegen de beschikking op het klaagschrift, omdat op grond van de strafzaak reeds een beslissing over het beslag is genomen. Hierdoor kan geen andere, andersluidende beslissing meer volgen op het klaagschrift.

De Hoge Raad verklaart daarom het beroep niet-ontvankelijk en wijst het beroep af. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor herbehandeling en afdoening van het klaagschrift.

Deze beslissing benadrukt de samenhang tussen de strafprocedure en de beslagprocedure en voorkomt dat tegenstrijdige beslissingen over hetzelfde beslag kunnen ontstaan.

Uitkomst: Het beroep van de klager wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechter reeds een beslissing over het beslag heeft genomen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00640 B
Datum4 juli 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2022, nummer RK 21/5466, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2022 waarbij een klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave aan hem van een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen personenauto ongegrond is verklaard.
2.2
Bij de stukken bevindt zich een afschrift van een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2014, in de strafzaak tegen [betrokkene 2]. In die uitspraak heeft de rechtbank de teruggave gelast aan [betrokkene 2] van de inbeslaggenomen personenauto waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
2.3
De omstandigheid dat in de strafzaak een beslissing over het beslag is genomen, brengt met zich dat de klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens uitspraak over het beslag in de strafzaak tegen de verdachte kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2023.