Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
11 juli 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 11 juli 2023 uitspraak gedaan in een cassatiezaak tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 april 2021. De zaak betrof medeplegen van diefstal van buitenboordmotoren en een aanhanger uit een loods met gebruikmaking van een valse sleutel. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht gegrond was en dat de redelijke termijn was overschreden, mede doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis. De straf werd verminderd tot 114 uren taakstraf, subsidiair 57 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu en raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 114 uren, subsidiair 57 dagen hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn.