Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
11 juli 2023.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hem een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd met een gijzelingstermijn van 365 dagen bij niet-betaling.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest voor zover de gijzeling op 365 dagen was gesteld, omdat volgens de wettelijke bepaling de maximale duur van gijzeling één jaar bedraagt, waarbij één jaar gelijkgesteld wordt aan 360 dagen.
De Hoge Raad oordeelt ambtshalve dat de gijzelingstermijn moet worden verminderd tot 360 dagen, conform artikel 36f lid 5 Sr en artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest uitsluitend voor het onderdeel van de duur van de gijzeling en bepaalt de correcte duur.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen en bevestigt de interpretatie van een jaar als 360 dagen in dit kader.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de duur van de gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel van 365 naar 360 dagen en verwerpt het beroep voor het overige.