ECLI:NL:HR:2023:1028

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
4 juli 2023
Zaaknummer
21/02844
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312.1 SrArt. 342.2 SvArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet ROArt. 81.1 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstal met geweld zaak door Hoge Raad

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juni 2021 in een strafzaak wegens diefstal met geweld. De verdediging stelde meerdere klachten voor, waaronder de vermeende denaturering van het proces-verbaal van bevindingen, het bewijsminimum volgens art. 342 lid 2 Sv Pro, en onvolkomenheden bij de beëdiging van raadsheren.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de motivering van dit oordeel te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform art. 81 lid 1 Wet Pro RO.

Een aanvullende klacht over de beëdiging van raadsheren is eveneens niet verder besproken vanwege een eerder arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:1438). De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 4 juli 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof in de diefstal met geweld zaak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02844
Datum4 juli 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juni 2021, nummer 20-000807-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.B.E. van Kan, advocaat te Heerlen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman heeft - na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv Pro bedoelde termijn - bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2023.