ECLI:NL:HR:2023:1033

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2023
Publicatiedatum
4 juli 2023
Zaaknummer
21/03055
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 lid 1 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep mishandeling met telefoon en bijten

In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor mishandeling. De mishandelingen betroffen het slaan met het oog, het slaan met een telefoon tegen het hoofd en het bijten in het been van de aangeefster, zijn ex-vriendin.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte over de bewijsvoering onderzocht, waaronder de toepassing van het bewijsminimum zoals neergelegd in artikel 342 lid 2 Sv Pro (unus testis). Tevens is beoordeeld of het hof voldoende en begrijpelijk heeft gerespondeerd op het onderbouwde standpunt dat de verklaring van een getuige over het bijten niet betrouwbaar zou zijn.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het hof de bewijsvoering en de beoordeling van de getuigenverklaringen op juiste wijze heeft gedaan. De Hoge Raad hoeft geen nadere motivering te geven omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03055
Datum11 juli 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juli 2021, nummer 20-001235-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juli 2023.