Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
4 juli 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 april 2021, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mishandeling. Het hof legde een gevangenisstraf van 252 dagen op, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 140 uur.
De kernvraag was of het hof terecht het volwassenenstrafrecht kon toepassen, terwijl verdachte tijdens het plegen van één van de feiten nog minderjarig was. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het hof terecht het volwassenenstrafrecht toepaste.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden. Gezien de strafmaat achtte de Hoge Raad dit echter niet aanleiding voor een ander rechtsgevolg.
Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de strafoplegging door het hof Amsterdam.