Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
11 juli 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte van 26 jaar die werd beschuldigd van meervoudige feitelijke aanranding van een 16-jarige jongen in een zwembad. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken. Het hof 's-Hertogenbosch bevestigde deze vrijspraak en motiveerde dit uitvoerig, met name met betrekking tot de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de getuigenverklaring.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft dit beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatiemiddel, dat zich richtte op de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring, niet tot cassatie kan leiden. De Hoge Raad sloot zich aan bij de motivering van het hof, dat expliciet had overwogen dat de getuige verklaarde over eigen waarnemingen en dat er geen aanwijzingen waren voor beïnvloeding van de verklaring.
Ook het feit dat de getuige tijdens een eerder informatief gesprek niet sprak over de ontuchtige bejegening, werd door het hof begrijpelijk toegeschreven aan de context van dat gesprek. De Hoge Raad vond dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het de verklaring authentiek en geloofwaardig achtte. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de vrijspraak bleef in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt vrijspraak verdachte wegens feitelijke aanranding.