ECLI:NL:HR:2023:1046

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
22/03467
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:94 BWArt. 24 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over financieringsvoorbehoud en matiging contractuele boete

In deze zaak stond centraal of het financieringsvoorbehoud bij de koop van een woning terecht was ingeroepen en in hoeverre een contractuele boete gematigd kon worden tot de omvang van de schade. De procedure begon bij de rechtbank Oost-Brabant met vonnissen in 2019 en 2020, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch in 2021 en 2022 arresten wees. De eisers stelden cassatieberoep in tegen het laatste arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft de klachten van de eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep is verworpen en de eisers zijn veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van de verweerders. Hiermee is het oordeel van het hof bekrachtigd dat het financieringsvoorbehoud terecht was ingeroepen en dat de matiging van de contractuele boete correct is toegepast op grond van artikel 6:94 BW Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03467
Datum7 juli 2023
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/O1/350487 / HA ZA 19-606 van de rechtbank Oost-Brabant van 20 november 2019 en 5 augustus 2020;
b. de arresten in de zaak 200.286.013/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 januari 2021 en 28 juni 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 28 juni 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
7 juli 2023.