Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
7 juli 2023.
Hoge Raad
In deze zaak staat een geschil centraal tussen een erfpachter en de erfverpachter van een buitenplaats over de verplichtingen van de erfverpachter met betrekking tot herstel, aanleg en onderhoud, alsmede over de herziening van de canon. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam een arrest wees dat in cassatie werd aangevochten.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de erfpachter beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het geschil op dit punt af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.