ECLI:NL:HR:2023:1085
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake omzetbelasting over Q2 2017
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake het door haar op aangifte betaalde bedrag aan omzetbelasting over het tijdvak van 1 april 2017 tot en met 30 juni 2017. De Staatssecretaris van Financiën trad op als verweerder in deze procedure.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld. Deze klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft ervoor gekozen niet te motiveren waarom de klachten zijn verworpen, aangezien beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.