ECLI:NL:HR:2023:1092
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Volgorde van verrekening belastingkorting en heffingskorting bij verlies uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende, voormalig enig aandeelhouder van een vennootschap die in 2013 werd geliquideerd, verzocht om omzetting van een verlies uit aanmerkelijk belang in een belastingkorting. De Inspecteur stelde deze korting vast en verrekende deze met de belasting over het inkomen van 2016, waarbij ook de algemene heffingskorting werd toegepast. Belanghebbende stelde dat eerst de heffingskorting moest worden verrekend om volledig van deze korting te profiteren.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de belastingkorting voor het verlies uit aanmerkelijk belang eerst moet worden toegepast bij de berekening van de belasting over het inkomen, waarna de heffingskorting op het gezamenlijke bedrag wordt toegepast. Tevens verwierp het Hof het beroep van belanghebbende dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en wees erop dat de wetgever bij de regeling van de verliesverrekening bewust rekening heeft gehouden met belastingplichtigen met een bescheiden inkomen. De volgorde van verrekening is conform de wettelijke bepalingen en de parlementaire geschiedenis, waarbij de belastingkorting vóór de heffingskorting wordt toegepast. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de volgorde van verrekening belastingkorting en heffingskorting wordt bevestigd.