ECLI:NL:HR:2023:1125
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze brief is het griffierecht niet betaald.
Na een verzoek om opheldering over het niet betalen van het griffierecht, heeft belanghebbende gereageerd, maar niet tijdig aangetoond te voldoen aan de criteria voor betalingsonmacht zoals vastgesteld in het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015. Andere aangevoerde redenen waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.