ECLI:NL:HR:2023:1144

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 september 2023
Publicatiedatum
31 augustus 2023
Zaaknummer
22/04269
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatieArt. 810a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieberoep inzake gezagsbeëindiging en contra-expertise in jeugdrecht

In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag betreffende de beëindiging van gezag en de afwijzing van haar verzoek tot contra-expertise van een deskundigenbericht. De Raad voor de Kinderbescherming, de Stichting Jeugdbescherming West regio Haaglanden en de pleegouders waren partij in het geding maar hebben geen verweerschrift ingediend.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de moeder niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de gestelde vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een andere raadsheer. Het beroep is derhalve verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04269
Datum1 september 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: S.L. Haanschoten,
tegen
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO HAAGLANDEN,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de raad,
niet verschenen,
en de belanghebbenden
1. STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST, REGIO HAAGLANDEN,
2. DE PLEEGOUDERS,
hierna: de stichting en de pleegouders,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak FA RK 21-7897 / C/09/621200 van de rechtbank Den Haag van 27 januari 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.308.656/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 augustus 2022.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De raad, de stichting en de pleegouders hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
1 september 2023.