Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 september 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag betreffende de beëindiging van gezag en de afwijzing van haar verzoek tot contra-expertise van een deskundigenbericht. De Raad voor de Kinderbescherming, de Stichting Jeugdbescherming West regio Haaglanden en de pleegouders waren partij in het geding maar hebben geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de moeder niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de gestelde vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een andere raadsheer. Het beroep is derhalve verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.