ECLI:NL:HR:2023:1156

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
4 september 2023
Zaaknummer
22/02580
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 7.1 WVW 1994Art. 4.3.6.3 Procesreglement Hoge Raad
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing wegens ontbreken pleitnota in hoger beroep bij doodslag en doorrijden na ongeval

De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor doodslag en doorrijden na een ongeval in Wijchen. In hoger beroep werd een pleitnota door de raadsman van de verdachte aan het hof overgelegd en in het proces-verbaal vermeld, maar deze pleitnota ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. De griffier van het hof heeft bevestigd dat de pleitnota niet meer beschikbaar is, waardoor de Hoge Raad niet kan nagaan of er in hoger beroep meer verweren zijn gevoerd dan in het arrest vermeld.

De raadsvrouw van de verdachte heeft op grond van het Procesreglement van de Hoge Raad verzocht om toezending van de pleitnota, maar dit verzoek kon niet worden ingewilligd. Hierdoor is het onderzoek in hoger beroep nietig verklaard. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en afdoening.

De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking vanwege de vernietiging en verwijzing. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 26 september 2023.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken pleitnota en verwijst zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02580
Datum26 september 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 juli 2022, nummer 21-003743-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 7 juni 2022 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de pleitnota die op deze terechtzitting in hoger beroep door de raadsman van de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken bevindt.
2.2
Volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
“De raadsman voert het woord tot verdediging overeenkomstig zijn pleitnota welke aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht.
In aanvulling op de pleitnota merkt de raadsman op: (...).”
2.3
De pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken. De raadsvrouw van de verdachte in cassatie heeft op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden verzocht om toezending van een afschrift van deze pleitnota. Op grond van een brief van de griffier van het hof van 10 november 2022, gericht aan de griffier van de Hoge Raad, moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. De Hoge Raad kan daardoor niet nagaan of op de terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of daar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn vermeld. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 september 2023.