Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
5 september 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2023. De aanvraag was ingediend namens een persoon die in hoger beroep niet-ontvankelijk was verklaard door het hof in zijn procedure tegen een vonnis van de politierechter.
De kern van de beoordeling was dat de uitspraak waarvan herziening werd gevraagd geen veroordeling inhield en daarom niet kwalificeerde als een uitspraak in de zin van artikel 457 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon de Hoge Raad de aanvraag niet in behandeling nemen, conform artikel 465 lid 1 Sv Pro.
De Hoge Raad besloot daarom de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk te verklaren. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Röttgering en Kuijer op 5 september 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat de onderliggende uitspraak geen veroordeling bevatte.