ECLI:NL:HR:2023:1158

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2023
Publicatiedatum
5 september 2023
Zaaknummer
22/02588 C
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 SvArt. 3 Vuurwapenverordening 1930Art. 5 Vuurwapenverordening 1930Art. 11 Vuurwapenverordening 1930
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens ontbreken cassatiemiddelen in zaak medeplegen vuurwapenbezit Curaçao

De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld wegens medeplegen en het voorhanden hebben van een machinegeweer en munitie op Curaçao, in strijd met de Vuurwapenverordening 1930. Tegen dit vonnis stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Echter, de verdachte heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn, zoals vereist volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad heeft hierdoor het beroep niet inhoudelijk kunnen behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie in stand blijft. De uitspraak werd gedaan tijdens een openbare terechtzitting op 28 maart 2023, waarbij raadsheer C. Caminada het arrest wees.

Deze procedure benadrukt het belang van het tijdig en correct indienen van cassatiemiddelen om in cassatie te kunnen worden gehoord. Zonder deze middelen kan de Hoge Raad niet tot inhoudelijke beoordeling overgaan, wat in deze zaak leidde tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02588 C
Datum28 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 22 juli 2021, nummer H 126/2019, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 maart 2023.