ECLI:NL:HR:2023:116
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake legesheffing gemeente Rotterdam
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende de geheven leges door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam. Het geschil betrof de rechtmatigheid van deze legesheffing.
De Hoge Raad oordeelde dat het ingediende beroepschrift in cassatie aanvankelijk niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht, maar dat dit gebrek later was hersteld. Desondanks werden nieuwe gronden die na voltooiing van het beroepschrift werden ingediend niet in behandeling genomen.
Na beoordeling van de klachten over het hofarrest concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden. De Hoge Raad motiveerde dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken op 27 januari 2023 door raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag.