Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
8 september 2023.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een erfgenaam die tevens tot executeur was benoemd ook als afwikkelingsbewindvoerder kon optreden en welke bevoegdheden daaraan verbonden zijn. Tevens werd de informatiedeling en de vergoeding van kosten van de executele besproken.
De procedure begon bij de rechtbank Midden-Nederland met vonnissen in maart en november 2021, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 oktober 2022 een arrest uitbracht. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd verworpen en de kosten van het cassatiegeding werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.