Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 september 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten in een door hem onderverhuurde woning. Het hof oordeelde dat de hennepplanten zich binnen de machtssfeer van verdachte bevonden en dat hij hiervan op de hoogte was, waardoor sprake was van opzettelijk bezit.
In cassatie stelde verdachte een bewijsklacht in tegen deze vaststelling. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep van verdachte is verworpen. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat verdachte opzettelijk hennepplanten in de woning had staan onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat opzettelijk bezit van hennepplanten vaststelt blijft in stand.