Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
15 september 2023.
Hoge Raad
De moeder heeft bij de lagere instanties verzocht om vaststelling van een omgangsregeling met haar kind. Zowel de rechtbank Midden-Nederland als het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben dit verzoek afgewezen. De moeder stelde in cassatie dat het recht van het kind om haar mening te uiten, zoals vastgelegd in artikel 809 Rv Pro en artikel 12 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), is geschonden.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht omvatte, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de moeder schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft uiteindelijk het beroep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd, waarmee het verzoek om omgangsregeling definitief is afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder is verworpen en het verzoek om omgangsregeling is afgewezen.