ECLI:NL:HR:2023:1233

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2023
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
22/03366
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 96 RvArt. 333 RvWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake prorogatie bij kantonrechter en beperking hoger beroep

In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof Amsterdam die betrekking hebben op de toepassing van artikel 96 Rv Pro en de gevolgen daarvan voor de mogelijkheid tot hoger beroep op grond van artikel 333 Rv Pro. De kantonrechter had in eerste aanleg prorogatie toegepast, waardoor het hoger beroep beperkt werd.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de kantonrechter te Zaanstad en het gerechtshof Amsterdam en heeft de klachten van eiser beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de arresten van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident als voorzitter en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Deze beslissing bevestigt de rechtspraak over de prorogatie bij de kantonrechter en de beperking van hoger beroep, en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het motiveren van niet-ontvankelijkheidsbesluiten op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03366
Datum15 september 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: H.J.W. Alt.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8577218 \ CV EXPL 20-2158 van de kantonrechter te Zaanstad van 3 juni 2021;
b. de arresten in de zaak 200.300.094/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 oktober 2021 en 14 juni 2022.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
15 september 2023.