ECLI:NL:HR:2023:1253
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting en boetebeschikking 2016
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 5 juli 2022, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 en de daarbij gegeven boetebeschikking werd behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven voor zijn oordeel.
De Hoge Raad heeft tevens geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 15 september 2023 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.