Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 september 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding na een verkeersongeval waarbij eiser whiplashklachten en toegenomen arbeidsongeschiktheid heeft opgelopen. Eiser was al voor het ongeval arbeidsongeschikt door een nekhernia, maar stelt dat het ongeval zijn klachten en arbeidsongeschiktheid heeft verergerd.
De rechtbank wees de vorderingen af, het hof oordeelde aanvankelijk dat het causale verband onvoldoende was aangetoond, mede vanwege tegenstrijdigheden in medische rapporten. In een eerste tussenarrest liet het hof echter de mogelijkheid open dat ondanks het ontbreken van een medisch aantoonbaar neurologisch letsel toch een causaal verband kan worden aangenomen.
In het eindarrest stelde het hof zich op het standpunt dat geen sprake was van een neurologische aandoening als gevolg van het ongeval en wees de vorderingen af. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het causale verband niet kan worden aangenomen ondanks het ontbreken van een neurologisch substraat, terwijl dit in het eerste tussenarrest wel open was gelaten. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onvoldoende motivering omtrent causaal verband en verwijst zaak terug.