ECLI:NL:HR:2023:1313

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
21 september 2023
Zaaknummer
23/01237
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 359 SrArt. 239 Chileens Wetboek van StrafrechtArt. 17 VN-verdrag tegen corruptie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen uitleveringsuitspraak voor ambtelijke verduistering

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 maart 2023, waarin werd beslist tot uitlevering van een persoon van Chileense nationaliteit aan Chili wegens een veroordeling voor ambtelijke verduistering.

De Hoge Raad heeft het beroep van de opgeëiste persoon beoordeeld, waarbij onder meer werd gekeken naar de toepassing van artikel 17 van Pro het VN-verdrag tegen corruptie en de vraag of de rechtbank ten onrechte een verdragsgrondslag voor uitlevering had aangenomen. Tevens werd de dubbele strafbaarheid onderzocht, met de vraag of artikel 359 van Pro het Nederlandse Wetboek van Strafrecht en artikel 239 van Pro het Chileense Wetboek van Strafrecht hetzelfde rechtsgoed beschermen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende zijn om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en dat motivering niet noodzakelijk is omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee de uitlevering bevestigd blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Chili bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01237 U
Datum26 september 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 maart 2023, nummer […], op verzoek van de autoriteiten van Chili tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 september 2023.