Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in een strafzaak over medeplegen van ambtelijke corruptie op Curaçao.
De verdachte had verzocht om zich te laten bijstaan door een Nederlandse advocaat die niet was ingeschreven bij het hof, maar dit verzoek werd afgewezen op grond van artikel 57 SvC Pro. De verdediging stelde dat dit een schending was van het recht op vrije advocaatkeuze zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 sub c EVRM Pro, mede vanwege de complexiteit van de zaak en de vermeende afhankelijkheid van lokale advocaten van de overheid.
Het hof oordeelde echter dat de verdachte zich ter terechtzitting had laten bijstaan door een advocaat uit Curaçao naar eigen keuze, die adequaat rechtsbijstand had verleend. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het recht op een eerlijk proces niet is geschonden. Ook andere klachten van de verdachte worden verworpen zonder nadere motivering. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof oordeelde terecht dat het recht op een eerlijk proces niet is geschonden door de afwijzing van het verzoek tot vrije advocaatkeuze.