Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
29 augustus 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 oktober 2022, waarin hij werd veroordeeld voor het invoeren van 703 kilogram cocaïne in 2015 via de haven van Den Helder als schipper van een visserskotter.
Namens verdachte werd een schriftuur ingediend door zijn advocaat, welke aan het arrest is gehecht. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 29 augustus 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.