Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 december 2021, waarin hij werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een boksbeugel, een verboden wapen volgens de Wet wapens en munitie (WWM).
De verdediging stelde onder meer dat er onvolkomenheden waren bij de beëdiging van één of meer raadsheren van het hof en betwistte of het voorwerp dat verdachte bij zich had als een boksbeugel kon worden aangemerkt binnen de betekenis van de WWM.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond geen noodzaak om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Buruma en Kuijer op 3 oktober 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft ongewijzigd van kracht.