Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 oktober 2023.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven en kreeg de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. De verdachte had geweigerd mee te werken aan het gedragskundig onderzoek dat noodzakelijk was voor het advies van gedragsdeskundigen, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de medewerking aan het onderzoek had geweigerd, en dat dit in de uitspraak vermeld had moeten worden. De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat de feitenrechter niet verplicht is om in zijn uitspraak de reden van weigering te vermelden. Het hof had de oplegging van de maatregel voldoende gemotiveerd, mede op basis van het advies van gedragsdeskundigen en de overige omstandigheden van de zaak.
De Hoge Raad bevestigde daarmee dat weigering tot medewerking aan gedragskundig onderzoek niet per definitie tot een onvoldoende gemotiveerde oplegging van TBS leidt, mits het hof de maatregel op andere gronden toereikend onderbouwt. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de oplegging van TBS met dwangverpleging ondanks de weigering van de verdachte om mee te werken aan gedragskundig onderzoek.