ECLI:NL:HR:2023:1361

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
22/02968
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37a SrArt. 285.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging TBS met dwangverpleging ondanks weigering medewerking gedragskundig onderzoek

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven en kreeg de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. De verdachte had geweigerd mee te werken aan het gedragskundig onderzoek dat noodzakelijk was voor het advies van gedragsdeskundigen, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de medewerking aan het onderzoek had geweigerd, en dat dit in de uitspraak vermeld had moeten worden. De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat de feitenrechter niet verplicht is om in zijn uitspraak de reden van weigering te vermelden. Het hof had de oplegging van de maatregel voldoende gemotiveerd, mede op basis van het advies van gedragsdeskundigen en de overige omstandigheden van de zaak.

De Hoge Raad bevestigde daarmee dat weigering tot medewerking aan gedragskundig onderzoek niet per definitie tot een onvoldoende gemotiveerde oplegging van TBS leidt, mits het hof de maatregel op andere gronden toereikend onderbouwt. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de oplegging van TBS met dwangverpleging ondanks de weigering van de verdachte om mee te werken aan gedragskundig onderzoek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02968
Datum17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 augustus 2022, nummer 21-000034-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling onvoldoende heeft gemotiveerd omdat uit de uitspraak van het hof niet kan volgen om welke reden de verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek dat moet worden verricht ten behoeve van het advies van gedragsdeskundigen als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
2.2
Het hof heeft de verdachte voor onder meer bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld en hem ten aanzien van dat feit ter beschikking gesteld met verpleging van overheidswege. De overwegingen van het hof over de sanctieoplegging zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.4.
2.3
Artikel 37a leden 1, 3 en 4 Sr luidt:
“1. Indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist, kan de rechter gelasten dat een verdachte ter beschikking wordt gesteld indien hij tot het oordeel komt dat:
1°. bij de verdachte tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond; (...)
3. Ten behoeve van het oordeel, bedoeld in het eerste lid, doet de rechter een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die de betrokkene hebben onderzocht. Zodanig advies dient door de gedragsdeskundigen gezamenlijk dan wel door ieder van hen afzonderlijk te zijn uitgebracht. (...)
4. Het derde lid blijft buiten toepassing, indien de betrokkene weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht. Voor zover mogelijk rapporteren de gedragsdeskundigen gezamenlijk dan wel een ieder van hen afzonderlijk over de reden van de weigering. De rechter doet zich zoveel mogelijk een ander advies of rapport overleggen dat hem over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van een last als bedoeld in het eerste lid kan voorlichten en aan de totstandkoming waarvan de betrokkene wel bereid is om medewerking te verlenen.”
2.4
Het hof heeft de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met een bevel tot verpleging van overheidswege toereikend gemotiveerd. Voor zover het cassatiemiddel berust op de opvatting dat de feitenrechter in zijn uitspraak de reden van weigering van de verdachte om medewerking te verlenen aan het gedragskundig onderzoek moet vermelden, faalt het omdat die opvatting in haar algemeenheid geen steun vindt in het recht.
2.5
Het cassatiemiddel faalt.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 oktober 2023.