Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de uitvoer van cocaïne en amfetamine via een smokkelauto naar Zweden, en voor deelneming aan een criminele organisatie. De verdachte voerde onder meer aan dat hij dacht dat het ging om hasj in plaats van harddrugs en betwistte medeplegen.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met een voorstel tot vermindering naar een gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden, behalve voor de strafduur.
Vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro werd de straf verminderd van 47 naar 45 maanden gevangenisstraf. Het overige beroep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 3 oktober 2023.
Uitkomst: De gevangenisstraf voor medeplegen uitvoer harddrugs wordt verminderd van 47 naar 45 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.