Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:140

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2023
Publicatiedatum
2 februari 2023
Zaaknummer
21/04853
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 332 RvArt. 136 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake bevoegdheid tot instellen rechtsmiddel en lastgeving

In deze zaak heeft [eiseres] B.V. cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 24 augustus 2021. Het geschil betreft onder meer de vraag of een materiële procespartij in eerste aanleg die niet formele procespartij was, als procespartij in de zin van art. 332 Rv Pro kan worden aangemerkt en de bevoegdheid tot het instellen van een reconventionele vordering, alsmede de toepassing van uitzonderingen op de twee-conclusie-regel en de privatieve werking van de beëindiging van een lastgevingsovereenkomst.

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform art. 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en [eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 845 aan verschotten en € 2.200 voor salaris, vermeerderd met wettelijke rente. Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres is verworpen en zij is veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/04853
Datum3 februari 2023
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaten: F.I. van Dorsser en J. den Hoed,
tegen
CAGE CAPITAL 1 GMBH,
gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Cage,
advocaat: P.A. Fruytier.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/660418 / HA ZA 19-83 van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2019 en 29 januari 2020;
b. het arrest in de zaak 200.284.616/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 augustus 2021.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Cage heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Cage mede door L.M. van Ringelestijn.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Cage begroot op € 845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
3 februari 2023.